Periost conflict, botvlies (8 Rb re en li), scheidingsconflict met iemand pijn bezorgen, of zelf pijn toegevoegd krijgen. Beide kan ook figuurlijk zijn.
De periostpijn die men in de oplossingsfase voelt wordt ervaren als reumatische pijn, reuma (8 Rb li/re)

Een mooi voorbeeld is hierbij het hielspoor (8 Rb li/re). Pijn onder de hiel, pijn met lopen. Deze pijn is gelokaliseerd in het botvlies, de huid die om het bot zit. Als het conflict actief is merkt men het niet, dan is er geen waarneembare verandering aan het periost. Het probleem is dat de pijn pas ontstaat als het conflict is opgelost. Het periost is dan onder de hiel wat gezwollen, soms zelfs onder de hele voet.( Dit is alleen voor een ervaren therapeut of arts waarneembaar).
Bij een rechtshandige is de linker lichaamshelft de moeder/kind kant, of kind/moeder kant, voor een man, vader/kind kant, of kind(zoon)/moeder kant). De rechter lichaamshelft is dan de partnerzijde. De partner hoeft dan niet de intieme partner te zijn, maar kan ook een werkgever, broer, vader of zuster, etc. zijn. Het betreft in elk geval nooit de moeder of het eigen kind. Voor een linkshandige is het omgekeerd.

De patiënt hielp zijn vriend bij de bouw van een huis, waarbij het volgende gebeurde: Het trappenhuis was al bekist en de betonmortel werd juist omhoog gepompt. Plotseling begaf de bekisting het en alles stortte in. De patiënt viel twee verdiepingen naar beneden en werd daar onder het beton bedolven.

Een expeditie-leidster beleefde een aanrijding met haar auto. Er reed een bus van achter in op haar wagen.
Ze zag de bus in haar achteruitkijkspiegel "op zich toe rollen".
Omdat ze linkshandig is, reageerde ze met dit schrikangst-conflict en frontaalangst-conflict op de overeenkomende HH rechts frontaal.

Melanoom (1 Oa li/re)

Na veertig jaar verdwijnt een melanoom. Als tienjarig meisje verbrandt een vrouw van nu begin vijftig, de binnenkant van haar dijbeen aan een kachelpijp. Tijdens verstoppertje spelen vindt ze een mooie plek achter de kachel, maar moet daarbij over de kachelpijp stappen. Ze verbrandt daarbij op een vreselijke manier de binnenzijde van haar dijbeen. Het been genas, maar er vormde zich een melanoom, een bruine verheven plek in de huid, van enkele centimeters doorsnede. In de loop der jaren had de huisarts haar er al verschillende keren op geattendeerd, dat ze moest opletten dat het niet kwaadaardig werd en wilde er een stukje uitnemen om het te onderzoeken. Dat had ze altijd geweigerd.
Toen deze vrouw in aanraking kwam met de GNM, ging ze nadenken over waarom ze op de binnenzijde van haar bovenbeen al vanaf haar jeugd een melanoom had. Op een bepaald moment schoot haar weer de brandwond aan haar bovenbeen te binnen, die ze met tien jaar had opgelopen. Ze wist zeker dat het melanoom daardoor was ontstaan en realiseerde zich eveneens, dat die situatie zich nooit meer zou kunnen herhalen. Een melanoom zorgt namelijk voor een verdikking en versterking van de huid ter plekke, zodat er een betere bescherming is. Het melanoom verdween spontaan, nadat deze vrouw er zich bewust van was geworden dat deze beschadiging, in haar geval verbranding nooit meer zou kunnen plaats vinden.

Een 33-jarige jonge vrouw betrapt haar 20 jaar oudere vriend, met wie zij een 14 jarig kind had en waarmee zij sinds 15 jaar haar hele leven deelde, flagrant met haar beste vriendin. Haar stereotype vraag klonk sindsdien steeds:
'Slaapt hij nog met Ursel?', die intussen van de echtgenoot van de patiënte zwanger was.
De patiënte leed dientengevolge aan een baarmoederhalskanker. Toen de arts haar de diagnose mededeelde, raakte ze in panische angst en enkele weken later stelde men longkanker vast.

Een 78 jarige burgemeester van een buurland, die sinds meer dan 50 jaar burgemeester van zijn dorpsgemeente was, stelde zich nogmaals verkiesbaar. Omdat hij zeer geliefd was (conservatief), was een overwinning van zijn socialistische rivaal zeer twijfelachtig.
Toen de verkiezingen voorbij waren en men bij het tellen van de stemmen was, stormde plotseling de tegenstander de zaal in, trok alle stembussen van de tafels en riep: "Dat is alles manipulatie en bedrog, de verkiezingen zijn ongeldig!"

De patiënt, die ik in het kader van mijn hartinfarctstudie (1994) in Wenen aan de universiteitskliniek van Erlangen in zijn patiëntenkamer kon onderzoeken, had een acuut hartinfarct geleden.
Hij moest dus een territoriumconflict met DHS hebben gehad.
In het bijzijn van de afdelingsarts vroeg ik hem, wanneer en welk territoriumconflict hij had geleden.
Antwoord: "Geen, ik ben een succesvolle kastelein, de notabelen van het hele dorp zijn bij mij te gast, ik heb twee gezonde kinderen, een goede vrouw, geen geldzorgen en alles is in orde. Van een territoriumconflict kan geen sprake zijn."

De patiënt was openbaar aanklager en stond als bijzonder fel bekend.
Het DHS leed hij na een heftig ambtelijk meningsverschil met zijn chef, de procureur-generaal.
De patiënt sprong daarbij opgewonden op, rende uit het vertrek en schreeuwde: "Wat denkt U eigenlijk wel, met U communiceer ik uitsluitend nog schriftelijk!"
Dat hield hij dan ook vijf maanden vol tot zijn pensionering.
Zijn pensioen was voor hem de conflictoplossing.
De diagnose werd echter per toeval opgemerkt.

De patiënte leed sinds haar jeugd af en toe aan astma-aanvallen.
Uiteindelijk werd bij haar een kattenallergie vastgesteld, die men als oorzaak van de aanvallen zag. Desondanks voelde de patiënte zich tot katten aangetrokken, die ze ook af en toe graag eens aaide. Opvallend was, dat ze daarbij zelden een astma-aanval had.
Anderzijds kreeg ze echter aanvallen, als ze in het geheel niet met een kat in aanraking was geweest.