Een echtpaar vloog van Senegal naar Brussel.
Tijdens de vlucht kreeg de echtgenoot een hartinfarct.
Catastrofe! Hij werd lijkbleek, snakte naar adem, lag op de grond in de gang van het vliegtuig. Zijn vrouw was ervan overtuigd, dat hij elk moment zou sterven!
Hij stierf echter niet. Men landde in Brussel, alwaar hij naar het ziekenhuis werd gebracht en werd weer gezond.
Niet alleen de vlucht was voor de vrouw als een hel, ook de drie daarop volgende weken waren verschrikkelijk. Ze nam aan gewicht af, kon niet meer slapen, had constant angst voor het leven van haar man.
Biologisch gezien had ze een doodsangst-zorg-conflict voor een ander mens geleden.

Een autobestuurder overreed ongelukkigerwijze een kat.
Hij stapte uit om te zien of ze misschien nog in leven was en eventueel nog te helpen zou zijn. Maar ze was morsdood.
"Oh God", dacht hij, "dat arme beestje, hoe heeft dat nu kunnen gebeuren."
Er trok een enorme schok door zijn lijf, als hij die arme dode kat daar zo zag liggen.

De patiënte leed sinds haar jeugd af en toe aan astma-aanvallen.
Uiteindelijk werd bij haar een kattenallergie vastgesteld, die men als oorzaak van de aanvallen zag. Desondanks voelde de patiënte zich tot katten aangetrokken, die ze ook af en toe graag eens aaide. Opvallend was, dat ze daarbij zelden een astma-aanval had.
Anderzijds kreeg ze echter aanvallen, als ze in het geheel niet met een kat in aanraking was geweest.

Bij een 8-jarige jongen was reeds wegens onduidelijke buikklachten een niet ingedaalde teelbal onder de verdachte diagnose 'liesbreuk' verwijderd.

Hij beleefde de zwartste dag van zijn leven, als zijn beste vriend en maatje bij een auto-ongeluk plotseling om het leven kwam en daarbij vreselijk werd verminkt.

De patiënt (30 jaar) heeft als 12 jarige scholier het volgende moeten beleven: zijn beste vriend en hij wilde over de straat rennen. Hijzelf stopte op het laatste moment, de vriend rende verder en werd door een auto gegrepen (voor de ogen van de jongen), tot onherkenbaar toegetakeld.
De jongen was destijds schreeuwend en in wilde paniek weggerend, had de hele dag door de omgeving gedoold, volledig verward.
Op dat moment leed de jongen een verliesconflict met een teelbal-carcinoom.

Een patiënte had bij zichzelf een verandering in de mond bemerkt.
Ze ging naar het ziekenhuis in Hamburg om het te laten onderzoeken. Daar kreeg ze de diagnose: carcinoom van het plaveiselepitheel (slijmvlies) van de mondholte (histologisch vastgesteld).
Men drong er op aan, om zich te laten opereren - natuurlijk ver in het gezonde, d.w.z. men wilde haar het halve gezicht wegsnijden.

Het handelt zich hier om een 28-jarige rechtshandige man met de volgende aandoeningen:

  • teelbalkanker;
  • bronchiaalcirrose rechts;
  • bronchiaalkanker van de linker long;
  • nek- en borstwervel-osteoporose;
  • vitiligo (witte vlekkenziekte);
  • verlamming van beide armen en benen;
  • zwellingen van de zenuwkapsel-einden.


Op het moment dat hij bij Dr. Hamer kwam, was hij bijna volledig verlamd, depressief en psychotisch.

Subcategorieën